Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
Hoofdstuk 1 lid 3. En/of-rekening:
Hoofdstuk 2 lid 2. Kosten van de huishouding.
Betaling
Wanneer een van de partners meer heeft betaald dan waartoe deze volgens het in de vorige zin bepaalde verplicht was, ontstaat voor deze partner een recht om het te veel betaalde terug te vorderen van de andere partner. Dit vorderingsrecht vervalt een jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de verrekening van het te veel betaalde betrekking heeft. Schriftelijke schuldigerkenning wordt als verrekening aangemerkt.
Hoofdstuk 2 lid 3. Vergoedingen.
Hoofdstuk 2 lid 6a en 6b. Woning van een van beiden.
Alle investeringen, kosten en lasten met betrekking tot een gezamenlijk
- vanwege het hiervoor met betrekking tot ‘Vergoedingen’ bepaalde;
- vanwege het hiervoor met betrekking tot de woning bepaalde.
3.De vorderingen
4.De beoordeling
€ 3.000,00