Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken en het verweer
4.De beoordeling
€ 284,94
€ 168,41
€ 244,64
€ 0,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gehuwd sinds 2007 en hebben twee minderjarige kinderen die bij de man wonen sinds het huwelijk is verbroken. Er is geen ouderschapsplan opgesteld vanwege een verstoorde onderlinge verstandhouding en een recent gestart hulpverleningstraject. De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en spreekt de echtscheiding uit.
De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de man vastgesteld, aansluitend bij de feitelijke situatie en het belang van de kinderen. De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van €25 per kind per maand met ingang van 1 maart 2023. Partneralimentatie wordt afgewezen wegens intrekking van het verzoek.
De rechtbank behandelt tevens de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Partijen hadden een finale verrekenbeding bij echtscheiding en eenvoudige gemeenschappen die verdeeld moeten worden. De woning wordt aan de man toegewezen onder voorwaarden met taxatie en overname of verkoop. De inboedel en auto worden aan de man toegewezen met vergoeding aan de vrouw. Diverse schulden en vorderingen worden verrekend, waarbij de vrouw een bedrag van €5.514,28 van de man ontvangt. De stamrechtaanspraak van de vrouw blijft buiten de verrekening.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad behalve voor de echtscheiding zelf. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijf bij man vastgesteld, kinderalimentatie vastgesteld, en huwelijkse voorwaarden afgehandeld met verdeling en verrekening.