AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden en machtiging
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere. Het beroep betrof de beslissing op bezwaar van 9 april 2024.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser geen gronden van het beroep heeft vermeld in het beroepschrift en ook geen machtiging heeft overgelegd. Ondanks twee schriftelijke verzoeken om dit verzuim binnen een gestelde termijn te herstellen, heeft eiser hieraan geen gehoor gegeven.
Hierdoor kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen en bleef het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden en machtiging.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/4128
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van het college van 9 april 2024 (bestreden besluit).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 vanPro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?
4. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift en geen machtiging overgelegd. De rechtbank heeft eiseres in haar brief van 7 juni 2024 verzocht om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend en geen machtiging overgelegd. Per aangetekende brief van 16 juli 2024 is eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om de gronden in te dienen en de machtiging te overleggen. Daarvoor is opnieuw een termijn van vier weken gegeven. Ook binnen die termijn heeft eiseres geen gronden ingediend en geen machtiging overgelegd. Eiseres heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Jonkers, griffier op 28 november 2024 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voetnoten
1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.