Belanghebbende had voor het jaar 2016 meerdere aangiften inkomstenbelasting ingediend, waarbij zij persoonsgebonden aftrek claimde voor zorgkosten en giften. De inspecteur had een aanslag opgelegd met een beperkte aftrek van zorgkosten en belastingrente. Na bezwaar had de inspecteur een deel van de zorgkosten alsnog geaccepteerd, maar niet alle opgevoerde kosten.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende de bewijslast draagt voor de aftrekbaarheid van de opgevoerde kosten en dat zij onvoldoende bewijs in begrijpelijke vorm heeft geleverd. De rechtbank accepteert deels hogere zorgkosten, waaronder een redelijke schatting van vervoerskosten en een verdubbeling van de kleding/beddengoedaftrek. De dieetkosten zijn beperkt conform de wettelijke regels. Kosten voor medicijnen en hulpmiddelen zijn niet aannemelijk gemaakt als aftrekbaar.
De kosten voor extra gezinshulp en giften voor vrijwilligerswerk worden niet erkend als aftrekbaar. De rechtbank vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €17.339 en vermindert de belastingrente dienovereenkomstig. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.