Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Feiten en geschil
€ 29.709
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premieheffing 2015, waarin aftrek van premies inkomensvoorzieningen, zorgkosten en giften werd betwist. De inspecteur accepteerde slechts gedeeltelijk de aftrek van zorgkosten en scholingsuitgaven, en stelde de belastingrente vast.
De rechtbank beoordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor de betaalde premies inkomensvoorzieningen en diverse zorgkosten, waaronder medicijnen, vervoer en hulpmiddelen. De dieetkosten werden beperkt conform de wettelijke regels, en de door belanghebbende opgevoerde giften bleven onder de aftrekdrempel. Bovendien werd niet aannemelijk gemaakt dat de kosten voor begeleiding van de dochter aftrekbaar waren.
De rechtbank concludeerde dat de aftrekposten grotendeels terecht zijn beperkt en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 9 december 2024.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 en belastingrente wordt ongegrond verklaard.