ECLI:NL:RBZWB:2024:8416
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was sinds 14 maart 2022 arbeidsongeschikt vanwege klachten waaronder keelklachten, hoofdpijn en vermoeidheid en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 6 juni 2023 op grond van een medische en arbeidskundige beoordeling dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen, met name nek- en schouderklachten, zijn onderschat en overlegd een nieuwe sociaal medische beoordeling die een verhoogde arbeidsongeschiktheid suggereert. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 15 maart 2023 adequaat zijn vastgesteld. Er is geen overtuigend bewijs dat de beperkingen op de datum van het besluit onderschat zijn.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiser passend werk kan verrichten binnen zijn beperkingen en meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Eiser betwistte dit, maar de rechtbank volgt het UWV omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat en de functies passend zijn.
De rechtbank concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld en dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft beëindigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Ziektewetuitkering wordt terecht beëindigd per 6 juni 2023.