Uitspraak
rECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van Amarant.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Tussen de zorginstelling Amarant en de zorgcliënt [eiseres] is een zorg- en dienstverleningsovereenkomst gesloten, waarbij Amarant zorg in natura levert. Na ernstige incidenten en het herhaaldelijk weigeren van passende zorg heeft Amarant de overeenkomst opgezegd en de cliënt per 1 november 2024 verzocht de woning te verlaten.
De cliënt heeft de woning niet verlaten, waarna bij verstekvonnis van 27 november 2024 is bevolen de woning te ontruimen en een gebiedsverbod opgelegd. De ontruiming is deels uitgevoerd op 5 december 2024, waarbij de cliënt zich verzette en gedwongen werd opgenomen.
De cliënt verzoekt schorsing van de executie van het vonnis, stellende dat zij kwetsbaar is, de opzegtermijn niet is gerespecteerd en Amarant misbruik van bevoegdheid maakt. Amarant voert verweer en benadrukt de ernstige incidenten en het weigeren van zorg door de cliënt.
De rechtbank overweegt dat het belang van Amarant zwaarder weegt vanwege de bedreigingen en agressie van de cliënt, het rechtmatig beëindigen van de overeenkomst en het ontbreken van openheid voor alternatieve zorglocaties. De vordering tot schorsing wordt afgewezen en de cliënt wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van het verstekvonnis wordt afgewezen en de cliënt wordt veroordeeld in de proceskosten.