ECLI:NL:RBZWB:2024:8461
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit UWV over pensioenpremie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 27 juni 2023 betreffende de vergoeding van niet afgedragen pensioenpremie. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend. Tijdens de zitting op 11 december 2024 in Breda zijn eiser en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl het UWV wel vertegenwoordigd was.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van het ontbreken van procesbelang. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet het nastreven van het resultaat feitelijke betekenis hebben voor de indiener. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende.
Het primaire besluit van 17 februari 2023 gaf al aan dat de niet afgedragen pensioenpremie wordt vergoed. Het bezwaar van 1 juni 2023 is ontvankelijk verklaard en in behandeling genomen. Hierdoor levert de beroepsgrond geen procesbelang op.
De rechtbank ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en wijst het griffierecht af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.