ECLI:NL:RBZWB:2024:8478

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
C/02/413690/HA ZA 23-472 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Vermariën
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 2 FwArt. 29 FwArt. 6:119 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie in reconventie na faillissement eiser in reconventie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een civiele bodemzaak waarin de procedure in reconventie was geschorst vanwege het faillissement van eiser in reconventie. De eiser in conventie had de curator van gedaagde in reconventie opgeroepen om het geding over te nemen, maar de curator verscheen niet en wenste de procedure niet voort te zetten.

De rechtbank voerde een belangenafweging uit tussen het belang van eiser in conventie om proceskosten te kunnen verhalen en het belang van gedaagde in reconventie bij een inhoudelijke beslissing. Gezien het ontbreken van verweer door de curator en het niet schenden van de procesorde, werd het verzoek tot ontslag van instantie toegewezen.

Hierdoor eindigt de procedure in reconventie zonder inhoudelijke beslissing, waarbij gedaagde in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij wordt aangemerkt en veroordeeld wordt in de proceskosten van €786,00 plus wettelijke rente. Het vonnis is op 11 december 2024 gewezen door rechter Vermariën.

Uitkomst: Ontslag van instantie in reconventie toegewezen en gedaagde in reconventie veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/413690 / HA ZA 23-472
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
[eiseres in conventie],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie] ,
advocaat: mr. F.A.R. Verhaegh,
tegen
[gedaagde in conventie] , h.o.d.n. [eenmanszaak],
te [plaats 2] ( [land] ),
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie] en [eenmanszaak] ,
procederend in persoon.

1.Overwegingen

1.1.
De rechtbank heeft bij rolbeslissing van 9 oktober 2024 bepaald dat de procedure in conventie op grond van artikel 29 Fw Pro is geschorst en heeft de procedure in conventie ambtshalve doorgehaald. Bij dezelfde rolbeslissing heeft de rechtbank de procedure in reconventie geschorst om [eiseres in conventie] de gelegenheid te geven om de curator van [gedaagde in conventie] tot overneming van het geding op te roepen.
1.2.
[eiseres in conventie] heeft de curator bij deurwaardersexploot van 15 oktober 2024 opgeroepen om op 20 november 2024 in het geding te verschijnen. De curator is op de aangezegde roldatum niet in het geding verschenen.
1.3.
[eiseres in conventie] heeft de rechtbank in de procedure in reconventie gevraagd om ontslag van instantie. De rechtbank heeft de curator in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. De curator heeft daarop laten weten de procedure in reconventie niet voort te willen zetten.

2.De beoordeling

2.1.
Bij de beoordeling van het verzoek tot verlening van ontslag van instantie als bedoeld in artikel 27 lid 2 Fw Pro moet de rechter een belangenafweging maken tussen enerzijds het belang van [eiseres in conventie] , dat erin bestaat dat zij – indien zij bij voortzetting van de procedure in het gelijk zou worden gesteld – de proceskosten niet op [gedaagde in conventie] zal kunnen verhalen, en anderzijds het belang van [gedaagde in conventie] bij het verkrijgen van een beslissing op het materiële geschil dat hij in reconventie aan de rechter heeft voorgelegd.
2.2.
De curator van [gedaagde in conventie] heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is geweest, geen verweer gevoerd tegen toewijzing van het verzoek van [eiseres in conventie] tot verlening van ontslag van instantie. Ook overigens is niet gebleken dat toewijzing van dat verzoek in strijd zou komen met de eisen van een goede procesorde. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiseres in conventie] tot ontslag van instantie dient te worden toegewezen.
2.3.
Door het ontslag van instantie wordt een einde gemaakt aan het geding in reconventie zonder dat de vordering van [gedaagde in conventie] in rechte is gehonoreerd. In zoverre kan hij als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt. Hij zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie, die aan de kant van [eiseres in conventie] door de rechtbank worden begroot op € 786,00 (1 punt). De gevorderde wettelijke rente is eveneens toewijsbaar, zoals hierna vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
in reconventie
3.1.
ontslaat [eiseres in conventie] van instantie,
3.2.
veroordeelt [gedaagde in conventie] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres in conventie] tot op heden begroot op € 786,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro te rekenen vanaf 14 dagen na datum van dit vonnis,
3.3.
verklaart dit vonnis in reconventie voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.