ECLI:NL:RBZWB:2024:8479
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens drugshandel en sluiting woning
In deze zaak stond centraal of verhuurder Wonenbreburg de huurovereenkomst met huurder zonder rechter mocht ontbinden nadat de burgemeester de woning voor drie maanden had gesloten vanwege de vondst van een handelshoeveelheid drugs. De kantonrechter oordeelde dat deze ontbinding rechtsgeldig was en dat huurder de woning moest verlaten.
De politie vond op 12 januari 2024 cocaïne en heroïne in en rond de woning, wat leidde tot de sluiting door de burgemeester op grond van de Opiumwet. Wonenbreburg ontbond daarop de huurovereenkomst per brief van 21 juni 2024. De kantonrechter stelde dat het besluit van de burgemeester in beginsel juist is en dat er geen concrete feiten waren die dat in twijfel trokken.
Er werd getoetst of er bijzondere omstandigheden waren die ontbinding onredelijk zouden maken. De kantonrechter vond dat de omvang van de drugs en de overlast in de kwetsbare wijk een zwaarwegend belang vormden. Persoonlijke omstandigheden van huurder, zoals zijn detox-behandeling en mogelijke dakloosheid, wogen niet zwaarder dan het belang van Wonenbreburg bij handhaving van het beleid.
De kantonrechter legde een termijn van drie maanden toe om de woning te verlaten, rekening houdend met de zoektocht naar een alternatieve woonplek. Daarnaast werd bepaald dat huurder een vergoeding moet betalen zolang hij de woning onrechtmatig blijft gebruiken. De proceskosten werden aan huurder opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en huurder moet de woning binnen drie maanden verlaten.