ECLI:NL:RBZWB:2024:8505

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
11193218 CV EXPL 24-2195 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 RvArt. 7:225 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Ferax Vastgoed 4 B.V. heeft de kantonrechter verzocht de huurovereenkomst van een woning aan de Raadhuisstraat 112 te ontbinden vanwege huurachterstand. De procedure betrof twee gedaagden, waarvan één verstek liet gaan en tegen de ander een schikking werd getroffen. De zaak tegen de niet-verschijnende gedaagde werd voortgezet.

De kantonrechter oordeelde dat de huurder tekortgeschoten is in de nakoming van de betalingsverplichtingen en daarom in verzuim verkeert. De huurovereenkomst werd ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens werd de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente en een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding.

De vordering tot ontruimingskosten werd afgewezen omdat deze kosten nog niet waren gemaakt. De proceskosten werden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11193218 \ CV EXPL 24-2195
Vonnis van 20 november 2024
in de zaak van
FERAX VASTGOED 4 B.V.,
te Oestgeest,
eiseres,
gemachtigde: mr. H.A. Roos,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

te [plaats 1] ,
niet verschenen,
2. [gedaagde sub 2],
te [plaats 2] ,
gemachtigde: mr. W.T.J. Schieman,
gedaagden.
Partijen worden hierna genoemd: Ferax, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 28 augustus 2024 met de daarin genoemde processtukken;
- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Aanvankelijk heeft Ferax deze procedure gevoerd tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als gedaagden. [gedaagde sub 2] is in de procedure verschenen, [gedaagde sub 1] niet. Tegen [gedaagde sub 1] is verstek verleend. Op de zitting hebben Ferax en [gedaagde sub 2] een schikking getroffen. Naar aanleiding daarvan is de zaak tegen [gedaagde sub 2] doorgehaald.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald met betrekking tot de vorderingen tegen [gedaagde sub 1] .

2.Het geschil

2.1.
De oorspronkelijke vordering van Ferax luidt – samengevat – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de huurovereenkomst van het gehuurde aan de Raadhuisstraat 112 te [plaats 1] te ontbinden;
II. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot ontruiming van de woning, met machtiging voor het geval dat (een der) gedaagden met deze bevolen ontruiming in gebreke mocht blijven, deze zelf te bewerkstelligen op kosten van beide gedaagden;
III. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling van de maandelijkse huurtermijnen en eventuele verhoging(en) voor elke maand dat (een der) gedaagden de woning in gebruik houdt vanaf 1 juni 2024;
IV. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling van € 11.745,55 (aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente), te vermeerderen met de wettelijke rente ad 7% over € 10.753,50 vanaf 30 mei 2024 tot de dag van volledige betaling;
V. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten, waaronder de eventuele te maken ontruimingskosten.
2.2.
Ferax legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op grond van de huurovereenkomst verplicht zijn om de maandelijkse huurtermijnen te betalen. Zij zijn tekortgeschoten in de nakoming daarvan en verkeren daarom in verzuim.

3.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 140 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geldt dat indien in een zaak sprake is van meerdere gedaagden, van wie tenminste één in het geding is verschenen, tussen alle partijen één vonnis wordt gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. De Hoge Raad heeft naar aanleiding van prejudiciële vragen op 7 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1274) beslist dat artikel 140 lid 3 Rv Pro niet van toepassing is in een geval waarin de verschenen gedaagden, voordat het eindvonnis wordt gewezen, niet langer aan de procedure deelnemen, bijvoorbeeld doordat ten aanzien van hen een schikking is bereikt. In dat geval zal tegen de niet verschenen gedaagde(n) een verstekvonnis worden gewezen.
3.2.
De zaak tegen [gedaagde sub 2] is afgerond en doorgehaald. Dat betekent dat de kantonrechter een verstekvonnis zal wijzen tegen [gedaagde sub 1] .
3.3.
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
3.4.
Wegens de getroffen schikking tussen Ferax en [gedaagde sub 2] heeft Ferax ter zitting haar vordering tot betaling van de hoofdsom met € 1.500,00 verminderd, zodat van [gedaagde sub 1] nog wordt gevorderd een bedrag van € 9.253,50 aan hoofdsom. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook slechts tot dit bedrag worden toegewezen.
3.5.
Ferax vordert daarnaast een bedrag van € 109,51 aan wettelijke rente over het bedrag van € 10.753,50 tot en met 30 mei 2024. Ook vordert Ferax de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 31 mei 2024 tot aan de dag van volledige betaling. Gezien hetgeen onder 3.4. is overwogen, wordt de lopende wettelijke rente over het bedrag van € 10.753,50 toegewezen tot aan de dag dat de schikking is getroffen, te weten 21 oktober 2024, en over € 9.253,50 vanaf 21 oktober 2024 tot aan de dag van volledige betaling.
3.6.
Ferax vordert de maandelijkse huurtermijnen en eventuele verhoging(en) voor elke maand dat (een der) gedaagden de woning in gebruik houdt vanaf 1 juni 2024. De kantonrechter overweegt hierover dat de maandelijkse huurtermijnen en eventuele verhoging(en) slechts verschuldigd zijn op grond van de huurovereenkomst. Na ontbinding van de huurovereenkomst is op grond van artikel 7:225 van Pro het Burgerlijk Wetboek slechts een gebruiksvergoeding gelijk aan de huurprijs verschuldigd voor elke maand dat – in dit geval – [gedaagde sub 1] de woning in gebruik houdt.
3.7.
De door Ferax gevorderde ontruimingskosten zijn op voorhand niet toewijsbaar nu deze kosten nog niet zijn gemaakt en evenmin vaststaat dat deze kosten gemaakt gaan worden. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
3.8.
[gedaagde sub 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ferax worden begroot op:
- kosten van de aan [gedaagde sub 1] betekende dagvaarding
113,54
- griffierecht
524,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.584,54

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning staande en gelegen te [plaats 1] aan het adres Raadhuisstraat 112;
4.2.
veroordeelt [gedaagde sub 1] om de woning aan de Raadhuisstraat 112 te [plaats 1] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en ontruimen met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, en verlaten en ontruimd te houden met afgifte van alle passende sleutels aan Ferax;
4.3.
veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan Ferax te betalen een bedrag van € 10.245,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 10.753,50 vanaf 30 mei 2024 tot 21 oktober 2024 en over € 9.253,50 vanaf 21 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
4.4.
veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan Ferax te betalen de maandelijkse huurtermijnen en eventuele verhoging(en) vanaf 1 juni 2024 tot 20 november 2024;
4.5.
veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan Ferax te betalen een bedrag van € 1.075,35 voor elke maand dat [gedaagde sub 1] de woning in gebruik houdt vanaf 20 november 2024 tot de feitelijke ontruiming van de woning;
4.6.
veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van € 1.584,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [gedaagde sub 1] ook de kosten van betekening betalen;
4.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Borm en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.