ECLI:NL:RBZWB:2024:8509
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en trok dit beroep in na een tegemoetkoming van de heffingsambtenaar, met een verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees het verzoek toe, maar belanghebbende stelde verzet in tegen de uitspraak over de proceskostenvergoeding.
De rechtbank had de zaak zonder zitting behandeld, maar in de verzetprocedure bleek dat er wel degelijk een telefonische hoorzitting had plaatsgevonden in de bezwaarfase. De rechtbank had ten onrechte geen procespunt toegekend voor deze hoorzitting, terwijl het Besluit proceskosten bestuursrecht dit voorschrijft.
De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is en wijzigt de proceskostenvergoeding door alsnog een punt toe te kennen voor de hoorzitting, wat leidt tot een aanvullende vergoeding van €155,-. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten in de verzetfase van €109,38.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht en benadrukt dat proceskostenvergoedingen ook in bestuursrechtelijke procedures nauwkeurig moeten worden vastgesteld, met inachtneming van alle relevante proceshandelingen zoals hoorzittingen.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangevuld met een punt voor de hoorzitting, met een totale vergoeding van €264,38.