ECLI:NL:RBZWB:2024:8509

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
BRE 23/1013
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag parkeerbelasting

Belanghebbende stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en trok dit beroep in na een tegemoetkoming van de heffingsambtenaar, met een verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees het verzoek toe, maar belanghebbende stelde verzet in tegen de uitspraak over de proceskostenvergoeding.

De rechtbank had de zaak zonder zitting behandeld, maar in de verzetprocedure bleek dat er wel degelijk een telefonische hoorzitting had plaatsgevonden in de bezwaarfase. De rechtbank had ten onrechte geen procespunt toegekend voor deze hoorzitting, terwijl het Besluit proceskosten bestuursrecht dit voorschrijft.

De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is en wijzigt de proceskostenvergoeding door alsnog een punt toe te kennen voor de hoorzitting, wat leidt tot een aanvullende vergoeding van €155,-. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten in de verzetfase van €109,38.

De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht en benadrukt dat proceskostenvergoedingen ook in bestuursrechtelijke procedures nauwkeurig moeten worden vastgesteld, met inachtneming van alle relevante proceshandelingen zoals hoorzittingen.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangevuld met een punt voor de hoorzitting, met een totale vergoeding van €264,38.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1013

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2024 op het verzet van

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 13 september 2023 in het geding tussen
belanghebbende
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

1. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 9 januari 2023 beroep ingesteld. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].
1.1
Wegens tegemoetkoming door de heffingsambtenaar heeft belanghebbende het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek om de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
1.2
Bij uitspraak van 13 september 2023 heeft de rechtbank het verzoek kennelijk gegrond verklaard en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak de te vergoeden proceskosten tot een juist bedrag is vastgesteld. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
2.1
Belanghebbende meent dat de proceskostenvergoeding onjuist is vastgesteld. Er is geen punt toegekend voor de hoorzitting in de bezwaarfase, terwijl er wel een hoorzitting heeft plaatsgevonden.
2.2
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar verzocht om te reageren op het standpunt van belanghebbende dat er een hoorzitting heeft plaatsgevonden. De heffingsambtenaar heeft bevestigd dat er op 2 januari 2023 een telefonische hoorzitting heeft plaatsgevonden.
2.3
Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte geen punt heeft toegekend voor de hoorzitting. Uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) volgt dat er een procespunt moet worden toegekend voor het bijwonen van een hoorzitting. Het verzet is gegrond. De rechtbank zal alsnog aanvullend bepalen dat de heffingsambtenaar proceskosten aan belanghebbende dient te vergoeden wat betreft de hoorzitting in de bezwaarfase. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 155,- (1 punt voor de hoorzitting in de bezwaarfase met een waarde per punt van € 310,- en een wegingsfactor 0,5).
2.4
Nu het verzet gegrond is ziet de rechtbank aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 109,38 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,25). De wegingsfactor 0,25 (zeer licht) is toegepast gelet op de eenvoud en het geringe gewicht van de verzetprocedure alsmede de geringe werkbelasting van de gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het verzet gegrond;
 handhaaft de uitspraak op het verzoek van de rechtbank van 13 september 2023 en vult deze als volgt aan;
 veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor zover het ziet op de bezwaarfase (hoorzitting) tot een bedrag van € 155,-;
 veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in verzet tot een bedrag van € 109,38.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 18 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Beroep

Tegen de uitspraak op het verzoek kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.