De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 januari 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar zus, die tevens als netwerkpleeggezin fungeert. De minderjarige verblijft sinds juli 2023 bij haar zus en volgt een EMDR-therapie om traumatische ervaringen te verwerken.
Hoewel de minderjarige aangeeft weinig motivatie te hebben voor de therapie en geen contact wenst met haar moeder, toont zij vooruitgang en ervaart zij de woonplaats bij haar zus als prettig en stabiel. De kinderrechter constateert echter ook zorgen over haar emotionele regulatie en lichamelijke reacties, zoals veranderingen in eet- en slaappatroon, die aandacht behoeven.
De ouders waren opgeroepen maar verschenen niet bij de mondelinge behandeling. De kinderrechter hecht groot belang aan de voortzetting van de behandeling en de geplande evaluatie in januari 2024. Ook wordt benadrukt dat contact met de ouders niet verloren mag gaan.
Gezien het belang van continuïteit en stabiliteit in de persoonlijke ontwikkeling van de minderjarige, verlengt de rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling op 27 juli 2024. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering te waarborgen.