Op 14 januari 2022 werd in een appartement in Breda een sterke acetonlucht waargenomen, waarna politie en brandweer ter plaatse kwamen. Twee mannen, waaronder verdachte, renden weg toen de brandweer probeerde binnen te komen. In het appartement werden ruim drie kilo cocaïne en 40 pillen met MDMA aangetroffen, evenals chemicaliën en middelen die wijzen op drugbewerking.
De rechtbank oordeelde dat het wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte een van de mannen was die wegrenden en dat de cocaïne aanwezig was. Echter, er was onvoldoende bewijs dat verdachte wist van de aanwezigheid van de cocaïne of dat hij erover kon beschikken. Ook was er onvoldoende bewijs dat de pillen daadwerkelijk MDMA bevatten.
Voor het tweede feit, het bewerken/verwerken van cocaïne en MDMA, concludeerde de rechtbank dat de aangetroffen chemicaliën en acetonlucht wijzen op voorbereidingshandelingen, maar dat het daadwerkelijke bewerken van cocaïne niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Voor MDMA was geen enkel aanknopingspunt aanwezig.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.