De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 december 2024 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2022, vanwege ernstige incidenten tussen de ouders waarbij verbaal en fysiek geweld werd gebruikt. De minderjarige was getuige van deze incidenten, wat een bedreiging vormt voor haar ontwikkeling en gevoel van veiligheid.
De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht tot een ondertoezichtstelling van twaalf maanden, maar de rechtbank beperkte dit tot zes maanden, met een tussentijds toetsmoment om de voortgang te monitoren. De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de situatie verbeterd is en dat zij hulpverlening in een vrijwillig kader willen accepteren, maar de rechtbank acht dit onvoldoende gezien de ernst en frequentie van de incidenten en het ontbreken van vertrouwen in vrijwillige hulpverlening.
De kinderrechter benadrukt dat de ouders een regievoerder nodig hebben die hen begeleidt bij communicatie en hulpverlening, en dat er zicht moet komen op de opvoedingsvaardigheden van de moeder en het contact tussen vader en minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geeft de ouders de kans om binnen zes maanden te laten zien dat zij de situatie kunnen stabiliseren en verbeteren.