Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder geldige kaart op 15 juli 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, maar dit beroep werd te laat ingediend.
De wettelijke beroepstermijn van zes weken, zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, liep af op 27 februari 2023. Het beroepschrift werd echter pas op 8 maart 2023 ontvangen. Betrokkene voerde aan dat een technische storing bij DigiD de vertraging veroorzaakte, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 6:11 Awb Pro, die een uitzondering op de termijn stelt bij bijzondere omstandigheden. Betrokkene was niet verschenen op de zitting en had ook de mogelijkheid het beroepschrift schriftelijk in te dienen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.