Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens 17 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom te Oosterland op 20 november 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, maar dit beroep werd te laat ingediend, namelijk op 24 augustus 2023, terwijl de termijn op 17 augustus 2023 eindigde.
De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 6:7 Awb Pro een termijn van zes weken geldt voor het instellen van beroep. Artikel 6:11 Awb Pro biedt een mogelijkheid om alsnog ontvankelijk te zijn bij bijzondere omstandigheden, maar betrokkene heeft geen geldige reden aangevoerd en is niet verschenen op de zitting. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De kantonrechter kwam daardoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de boete. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2024 door kantonrechter W.H.C. van Eck. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.