Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder geldige vergunning op 24 december 2022. Betrokkene stelde dat er wel een geldige digitale vergunning aanwezig was en dat deze zichtbaar was in het voertuig. De officier van justitie verzocht om een aanvullend proces-verbaal, maar dit werd niet opgesteld.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de gemeente geen duidelijkheid kon geven over het gebruik van digitale vergunningen en vanaf wanneer deze werden toegepast. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden zoals geconstateerd.
De kantonrechter gaf betrokkene het voordeel van de twijfel en verklaarde het beroep gegrond. De opgelegde boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd de betaalde zekerheidstelling terugbetaald en werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.187,00.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.