Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden tegen de verplichte rijrichting in een eenrichtingsweg te Middelburg op 12 november 2022. Betrokkene voerde aan dat hij het verkeersbord C4 niet had kunnen zien omdat hij uit een richting kwam waarbij het bord alleen van de zijkant zichtbaar was. Tevens had hij geen kennisgenomen van gemeentelijke brieven over de tijdelijke verkeerssituatie omdat hij net terug was uit het buitenland.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting stelde de zittingsvertegenwoordiger dat de situatie anders was dan uit het dossier bleek en dat betrokkene geen zicht had op het bord, waardoor de gedraging niet met zekerheid kon worden vastgesteld.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet vaststond en dat de boete daarom ten onrechte was opgelegd. De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd. Het door betrokkene betaalde bedrag van €159,00 werd terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opgelegde verkeersboete wordt vernietigd.