Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen te Vlissingen op 13 augustus 2022. Betrokkene voerde aan dat hij op instructie van een beveiliger handelde, die het dranghek opzijzette, en dat er wel een mogelijkheid was om hem staande te houden. De verbalisant verklaarde echter dat staandehouding niet mogelijk was vanwege drukte en dat betrokkene het strand opliep.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Wel is de hoorplicht geschonden doordat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing op het administratief beroep.
Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de boete op 8 september 2022 werd opgelegd en de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom wordt de boete gematigd met 25% vanwege de schending van de hoorplicht en nogmaals met 25% vanwege de termijnoverschrijding, waardoor de boete wordt verlaagd tot € 72,25 plus administratiekosten.
De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen aan betrokkene. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond.