ECLI:NL:RBZWB:2024:8537

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
11102752 _ MB VERZ 24-382
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersboete wegens overtreding gesloten verklaring met matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen te Vlissingen op 13 augustus 2022. Betrokkene voerde aan dat hij op instructie van een beveiliger handelde, die het dranghek opzijzette, en dat er wel een mogelijkheid was om hem staande te houden. De verbalisant verklaarde echter dat staandehouding niet mogelijk was vanwege drukte en dat betrokkene het strand opliep.

De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Wel is de hoorplicht geschonden doordat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing op het administratief beroep.

Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de boete op 8 september 2022 werd opgelegd en de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom wordt de boete gematigd met 25% vanwege de schending van de hoorplicht en nogmaals met 25% vanwege de termijnoverschrijding, waardoor de boete wordt verlaagd tot € 72,25 plus administratiekosten.

De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen aan betrokkene. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 50% vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11102752 \ MB VERZ 24-382
CJIB-nummer: 0062 5422 5203 2135
uitspraakdatum: 15 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2024 Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen te Vlissingen op 13 augustus 2022.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de beveiliger inderdaad heeft aangegeven dat de weg afgesloten was, maar dat betrokkene op instructie van deze beveiliger zijn motor heeft geparkeerd. De beveiliger zou volgens betrokkene daarbij het dranghek opzijgezet hebben. Daarnaast heeft betrokkene aangevoerd dat er wel een mogelijkheid was voor de verbalisanten om hem staande te houden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het proces-verbaal omschreven hoe de situatie is verlopen en waarom er geen mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Wel is er sprake van een schending van de hoorplicht. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroepschrift, gelet op deze schending, deels gegrond te verklaren en de boete te matigen met 25%. Daarnaast is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. De zittingsvertegenwoordiger heeft, gelet op deze overschrijding, verzocht de boete nogmaals met 25% te matigen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat het die dag erg druk was op de boulevard en de verbalisant om deze reden niet snel naar de betrokkene kon rijden en betrokkene vervolgens het strand op liep.
Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd naar € 85,00. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 8 september 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim twee maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete van € 85,00 matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 72,25, plus € 9,- administratiekosten;
- draagt de officier van justitie op het bedrag van € 36,75, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. S.E. van Wijk, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: