Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in de Nieuwstraat te Breda op 19 november 2022. Hij stelde dat de boete onredelijk was vanwege foutieve richtingspijlen en werkzaamheden die hem dwongen een alternatieve route te nemen. Betrokkene reed stapvoets en zocht een plek om te keren, omdat hij onbekend was in Breda en de gebruikelijke route was afgesloten.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat betrokkene de Waterstraat niet had mogen inrijden en dat het duidelijk had moeten zijn dat hij daar moest keren. Tevens wees de officier betrokkene niet op het recht om gehoord te worden.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd, maar achtte het beroep gedeeltelijk gegrond vanwege de omstandigheden en de schending van de hoorplicht. De boete werd gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. Het beroep was gelet op deze matiging gedeeltelijk gegrond.
Uitkomst: De boete voor rijden op het voetpad is gematigd tot nihil vanwege schending van de hoorplicht en bijzondere omstandigheden.