Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 19 oktober 2022 te Middelburg. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De gemachtigde voerde aan dat er onvoldoende onderbouwing was voor een reële mogelijkheid tot staandehouding en dat de boete ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden omdat hij in een privévoertuig zonder stoptransparant reed en het onveilig was om met handgebaren te seinen op de snelweg. Hierdoor was het terecht dat de boete aan de kentekenhouder werd opgelegd.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete op 7 oktober 2022. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €875 toegekend voor de kosten in de fase na overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.