Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad aan de Veemarktstraat 39 te Breda op 30 oktober 2022. Betrokkene stelde dat zij handelde uit zorg voor een 81-jarige vrouw die anders over een opengebroken weg met mul zand moest lopen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en betrokkene deze niet ontkent, waardoor de boete terecht is opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van diens beslissing. Hierdoor werd het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard.
Vanwege deze structurele schending van de hoorplicht matigde de kantonrechter de boete met 25%. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete aangepast. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.