Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden in Goes op 29 september 2022. Betrokkene stelde dat de gedraging niet is vastgesteld omdat hij niet staande is gehouden, wat volgens de gemachtigde noodzakelijk is om de overtreding vast te stellen.
De verbalisant verklaarde dat staandehouding niet mogelijk was wegens drukte en het ontbreken van middelen tot staandehouding in het dienstvoertuig. De kantonrechter oordeelde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was en dat de boete daarom terecht aan de kentekenhouder is opgelegd.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ruim een maand was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en een proceskostenvergoeding van €437,50 toe te kennen voor de beroepsfase bij de kantonrechter.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie moet proceskosten vergoeden.