Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het niet geven van een richtingaanwijzer bij het wisselen van rijstrook op de A58 te Arnemuiden op 27 september 2022. De boete werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden, aangezien hij in een privévoertuig zonder stoptransparanten reed.
Betrokkene stelde dat de boete onterecht was opgelegd omdat onvoldoende was onderbouwd dat er een redelijke mogelijkheid tot staandehouding bestond. Tevens werd aangevoerd dat de verplichting tot kostenvergoeding in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, maar dit standpunt verviel tijdens de zitting.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd vanwege het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €875 toegekend aan betrokkene.
De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag van €25 terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% en proceskostenvergoeding toegekend.