Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als bromfietser op een locatie zonder verplicht fietspad. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde voerde aan dat de boete onredelijk was en dat de officier van justitie eerst een waarschuwingsperiode had moeten hanteren conform beleidsregels digitale handhaving. Er zou geen waarschuwingsbrief zijn verzonden, waardoor de sanctie onterecht zou zijn.
De officier van justitie stelde dat de waarschuwingsperiode van 1 januari tot 11 juli 2022 was verlopen en dat vanaf 12 juli 2022 digitale handhaving werd toegepast. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat de waarschuwingsperiode correct is doorlopen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.