Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 2 februari 2023 te Kruiningen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was betrokkene en zijn gemachtigde afwezig. De gemachtigde voerde aan dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest en dat de boete onterecht aan de kentekenhouder was opgelegd. De officier van justitie betoogde dat de verbalisant in een onopvallend dienstvoertuig reed zonder stoptransparant en dat het onveilig was om via handgebaren staande te houden.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Daarom is de boete terecht aan de kentekenhouder opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.