Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet voeren van de juiste verlichting op de fiets op 21 mei 2023. Betrokkene stelde dat de verlichting wel in orde was en betwistte de vaststelling van de verbalisant. Er was geen aanvullend bewijs zoals foto's.
Het beroep tegen de boete werd eerst bij de officier van justitie ingediend, maar te laat ontvangen. De officier verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedroeg en dat deze termijn was verstreken. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard zonder inhoudelijke beoordeling van de boete.
De uitspraak is gedaan op 19 augustus 2024 te Breda door kantonrechter R.J.H. de Brouwer. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening.