Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden op het voetpad aan de Veemarktstraat 69 te Breda op 27 november 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de gemeente niet had voldaan aan de voorwaarden van het Beleidskader digitale handhaving, met name het ontbreken van een waarschuwingsperiode en het niet versturen van waarschuwingsbrieven. De gemachtigde verwees naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter onderbouwing.
De officier van justitie stelde dat de waarschuwingsperiode liep van 1 januari 2022 tot 11 juli 2022, waarna vanaf 12 juli 2022 digitale handhaving met boetes werd toegepast. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding plaatsvond na het verstrijken van de waarschuwingsperiode en dat de boete terecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.