ECLI:NL:RBZWB:2024:8588

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
0898789 - MB VERZ 24-76
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete voor vasthouden mobiel op bromfiets

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Backer en Ruebweg te Breda op 14 juni 2022. De boete was oorspronkelijk opgelegd alsof betrokkene in een personenauto reed, terwijl hij op een bromfiets reed. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard.

Op de zitting van 19 augustus 2024 bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd het beroep behandeld. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat, maar dat het boetebedrag onjuist was vastgesteld omdat het om een bromfiets ging. Het boetebedrag werd daarom gematigd van het hogere bedrag voor een personenauto naar het lagere bedrag van € 240,- voor een bromfiets.

Daarnaast werd geconstateerd dat de redelijke termijn van twee jaar voor de afhandeling van de procedure was overschreden, waardoor de boete verder werd gematigd tot € 180,- plus administratiekosten. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50.

De uitspraak is openbaar gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 19 augustus 2024. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Boete gematigd tot € 180,- plus administratiekosten, terugbetaling teveel betaalde zekerheid en toekenning proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer : 10898789 \ MB VERZ 24-76
CJIB-nummer : 7062 5422 5019 3885
Uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Backer en Ruebweg te Breda op 14 juni 2022 om 08:56 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De gedraging heeft plaatsgevonden toen betrokkene op een bromfiets aan het rijden was en niet in een personenauto, waardoor het sanctiebedrag naar € 260,- gewijzigd dient te worden volgens het feitenboekje 2023. Ook verzoekt gemachtigde rekening te houden met de nieuwe procespuntwaardes en de proceskosten op rekening van gemachtigde over te maken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het sanctiebedrag te wijzigen in € 240,- en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene reed op een bromfiets met zijn mobiele telefoon. Het sanctiebedrag dat is opgelegd hoort bij deze gedraging met een personenauto. In dit geval gaat het om een bromfiets, dus dient het sanctiebedrag gewijzigd te worden in
€ 240,-. De redelijke termijn is overschreden waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete ook nog te matigen met 25%.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. De verbalisant heeft in het proces-verbaal verklaard dat het om een bromfiets gaat van het merk ‘Piaggio, Vespa Sprint’ (categorie 3), terwijl de boete is opgelegd voor een ander voertuig in plaats van voor een brom- snorvoertuig. De kantonrechter stelt vast dat het boetebedrag dat er op dat moment bij categorie 3 hoorde € 240,- betreft. De boete zal worden gematigd tot € 240,-.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 14 juni 2022 en is de redelijke termijn dus met meer dan twee maanden overschreden.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen voor het indienen van het beroepschrift, te weten 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 180,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 170,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: