Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 26 mei 2022. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd wel heeft plaatsgevonden, maar dat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. Deze schending leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde.
Gezien deze omstandigheden wordt de boete gematigd met 25% vanwege de hoorplichtschending en nogmaals met 25% wegens de termijnoverschrijding. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten van € 437,50 te vergoeden. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 50% vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.