De zaak betreft een verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, die sinds maart 2024 onder toezicht staat. De minderjarige woont bij haar moeder, en beide ouders hebben het ouderlijk gezag. De kinderrechter hield op 4 december 2024 een mondelinge behandeling met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De vader was afwezig.
De GI rapporteert dat de minderjarige wisselende woonvoorkeuren heeft en moeite heeft met het uiten van gevoelens, mede door loyaliteitsconflicten tussen de ouders. Een incident in oktober 2024 waarbij de minderjarige midden in de nacht door haar broer werd opgehaald vanwege een onveilige thuissituatie, weegt zwaar. De moeder ontvangt hulpverlening, maar de vader werkt onvoldoende mee en vertoont storend gedrag richting de moeder, ook in het bijzijn van de minderjarige.
De kinderrechter constateert dat de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige onverminderd aanwezig zijn en dat de problematische communicatie tussen ouders de opvoeding belast. Daarom wordt het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar toegewezen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om continuïteit in de zorg te waarborgen. De kinderrechter benadrukt het belang van samenwerking van beide ouders met de GI en hulpverlening en de inzet van een vertrouwenspersoon voor de minderjarige.