Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feit 1
Feit 2
opeen vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van die [slachtoffer] te richten/houden en daarbij die [slachtoffer] woordelijk toe te spreken: "Ga op je knieën zitten" en "Zeg sorry".
5.De strafbaarheid
noodweer(-exces) moet worden verworpen, omdat de handelingen van verdachte en de medeverdachten gericht waren op een confrontatie. Toen het uit de hand liep, is verdachte niet weggegaan. Integendeel, verdachte heeft als eerste fysiek geweld gebruikt tegen [slachtoffer] , namelijk het verschillende keren met een mes steken. De medeverdachten en getuigen hebben geen van allen verklaard dat zij hebben gezien dat [slachtoffer] iets van achter zijn rug probeerde te pakken.
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
onclusie
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een jeugddetentie van 8 (acht) maanden;
plaatsing van verdachte in een inrichting voor jeugdigen;
bijzondere voorwaarden:
van rechtswege de volgende voorwaardengelden:
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een jeugddetentie van 4 (vier) maanden.