Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
2. hem, al dan niet samen met een ander dan wel anderen, heeft bedreigd;
3. een wapen voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feit 1
Feit 2 en 3
opeen vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer] te richten/houden, en die [slachtoffer] te bedreigen;
opeen vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van die [slachtoffer] te richten/houden en daarbij die [slachtoffer] woordelijk toe te spreken: "Ga op je knieën zitten" en "Zeg sorry" ;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
onclusie
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 154 (honderdvierenvijftig) dagen, waarvan 90 (negentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
voorwaarden daarbijzijn dat:
een taakstraf van 50 (vijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
25 (vijfentwintig) dagen;