Belanghebbende parkeerde op 23 januari 2024 een auto in een gebied in Oisterwijk waar betaald parkeren geldt. Tijdens een controle werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan, waarna een naheffingsaanslag van €69,15 werd opgelegd. Belanghebbende betoogde dat de parkeerbelasting onterecht was opgelegd omdat de betaalautomaat onvoldoende zichtbaar was en de parkeerzone onduidelijk was aangegeven.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak de verplichting tot het betalen van parkeerbelasting kenbaar moet zijn door borden of parkeerapparatuur, en dat van weggebruikers een onderzoeksplicht geldt om zich te informeren over het parkeerregime. De rechtbank achtte aannemelijk dat zoneborden bij de randen van het gebied zijn geplaatst en dat ook bij de inrit van het terrein een zonebord aanwezig was. Bovendien was sprake van een eenrichtingsweg, waardoor de borden goed zichtbaar waren.
Belanghebbende had onvoldoende inspanning geleverd om zich te informeren over het parkeerregime, zoals het maken van een korte wandeling om een betaalautomaat te vinden. Het niet zien van het bord en het niet betalen van parkeerbelasting leidde tot het oordeel dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de naheffingsaanslag in stand. Omdat het beroep ongegrond was, werd het griffierecht niet vergoed.