ECLI:NL:RBZWB:2024:8616
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep forensenbelasting
Belanghebbende uit België had beroep ingesteld tegen een aanslag forensenbelasting over het belastingjaar 2022, opgelegd door de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland. Op 24 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar aangegeven de aanslag tot nihil te verminderen, waarna belanghebbende het beroep heeft ingetrokken.
De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van belanghebbende beoordeeld om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van bezwaar en beroep. De heffingsambtenaar heeft niet gereageerd op dit verzoek. De rechtbank heeft het verzoek als kennelijk gegrond beoordeeld en een forfaitaire vergoeding toegekend voor de door een gemachtigde verleende rechtsbijstand.
De vergoeding bestaat uit een bedrag van €624 voor de bezwaarfase en €875 voor de beroepsfase, totaal €1.499. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het betaalde griffierecht van €50 door de heffingsambtenaar moet worden vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.499 aan proceskosten aan belanghebbende na intrekking van het beroep.