Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2024:8616

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 december 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
BRE 23/10615
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep forensenbelasting

Belanghebbende uit België had beroep ingesteld tegen een aanslag forensenbelasting over het belastingjaar 2022, opgelegd door de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland. Op 24 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar aangegeven de aanslag tot nihil te verminderen, waarna belanghebbende het beroep heeft ingetrokken.

De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van belanghebbende beoordeeld om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van bezwaar en beroep. De heffingsambtenaar heeft niet gereageerd op dit verzoek. De rechtbank heeft het verzoek als kennelijk gegrond beoordeeld en een forfaitaire vergoeding toegekend voor de door een gemachtigde verleende rechtsbijstand.

De vergoeding bestaat uit een bedrag van €624 voor de bezwaarfase en €875 voor de beroepsfase, totaal €1.499. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het betaalde griffierecht van €50 door de heffingsambtenaar moet worden vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 december 2024.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.499 aan proceskosten aan belanghebbende na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/10615

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] uit [plaats] (België), belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A.J. Nieuwenhuijse),
en

de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 26 september 2023. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar in zijn stuk dat op 24 oktober 2024 is ingediend, heeft aangegeven de aanslag forensbelasting over het belastingjaar 2022 tot nihil te verminderen.
1.1.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft daar niet op gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft bij intrekking van het beroep verzocht om toekenning van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten in bezwaar en beroep. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen.
Welk bedrag aan proceskosten moet de heffingsambtenaar aan belanghebbende vergoeden?
2.1.
Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift en een beroepschrift ingediend. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad op 12 juli 2024 wordt voor de vergoeding van proceskosten voor de bezwaarfase gerekend met een forfaitair bedrag van € 624 per punt. [2] De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875. Verder zijn er geen kosten gesteld dan wel gespecificeerd die vergoed kunnen worden. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.499.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
2.2.
De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50 te vergoeden. [3] Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.499.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. B.W. Liu, griffier op 16 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, lid 1, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Hoge Raad, 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060.
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.