Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 26 januari 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete en voerde aan dat hij met zijn ernstig zieke en gehandicapte vader was, die dringend naar een horecagelegenheid moest voor een toiletbezoek. Hij reed daarom tijdelijk in de geslotenverklaring uit overmacht.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht ter zitting om matiging van de boete vanwege de bijzondere omstandigheden. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststaat, maar achtte de noodsituatie en de hulpbehoevendheid van de vader een reden om de boete te matigen.
De rechtbank matigde de boete tot nihil en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd.
Uitkomst: De boete wegens rijden in een geslotenverklaring is gematigd tot nihil vanwege overmacht door een noodsituatie met een hulpbehoevende vader.