Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het als snorfietser niet gebruiken van de rijbaan terwijl er geen verplicht fietspad aanwezig was, door op 6 november 2022 met een scooter een voetgangersgebied binnen te rijden op een locatie in Breda. Betrokkene voerde aan dat de scooter het voetgangersgebied niet was binnen gereden en dat de camera verkeerd was afgesteld. Ter zitting erkende betrokkene dat zij wist dat het een voetgangersgebied betrof en dat het niet toegestaan was daar met de scooter te rijden.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de boete terecht was opgelegd, onderbouwd met een foto van de overtreding en schouwrapporten van de bebording. De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant en het dossier voldoende bewijs dat de overtreding had plaatsgevonden. De door betrokkene aangevoerde specifieke omstandigheden boden geen reden om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen.
Wel vond de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen tot € 50,- vanwege de uitgebreide toelichting van betrokkene en de schending van de hoorplicht. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid moest worden terugbetaald aan betrokkene.
Uitkomst: De boete voor het rijden in het voetgangersgebied is terecht, maar gematigd tot € 50,- wegens schending van de hoorplicht.