Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet op eerste vordering tonen van het rijbewijs op 14 oktober 2022 te Breda. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was omdat hij zijn vriendin het rijbewijs wilde laten brengen, maar dit werd niet toegestaan. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de verbalisant bevoegd was direct een boete op te leggen. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim twee weken overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en betrokkene krijgt een deel van de betaalde zekerheid terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.