Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden in een gebied met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt in Breda op 19 juni 2022. Betrokkene, afkomstig uit België en onbekend in Breda, stelde dat hij niet wist dat hij het gebied niet in mocht rijden en dat hij ten onrechte geen waarschuwing had ontvangen voorafgaand aan de boete.
De officier van justitie stelde dat de overtreding vaststaat en dat de bebording duidelijk zichtbaar was. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht is opgelegd omdat de overtreding na een beginperiode viel waarin alleen waarschuwingen werden gegeven. Het verweer dat geen waarschuwing was verzonden werd verworpen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met ruim drie maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van proceskosten van €437,50.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Speekenbrink op 4 november 2024 in Breda.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd met 25% en proceskosten toegekend.