Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig op een plaats bestemd voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen op de Antwerpenstraat te Breda op 29 december 2022 om 15:10 uur. Betrokkene stelde dat zij met een collega een afspraak had om op die plek te parkeren tijdens het laden en lossen voor een DHL servicepunt en dat zij een gehandicaptenparkeerkaart bezit.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde het beroep op 4 november 2024. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt voldoende dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft onvoldoende feiten aangevoerd die twijfel kunnen doen ontstaan over de juistheid van deze verklaring.
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd en ziet geen reden om deze te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard omdat de overtreding vaststaat.