ECLI:NL:RBZWB:2024:8631

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
10959647 MB VERZ 24-219
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S. Speekenbrink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 lid 3 RVVWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens stilstaan op trottoir in Breda

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het stilstaan op het trottoir op de Koele Mei te Breda op 25 oktober 2022 om 19:10 uur. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden omdat het weggedeelte een inritconstructie betrof en geen trottoir met verhoogde trottoirband. De officier van justitie stelde dat de foto’s in het dossier duidelijk een verhoogde trottoirband tonen en dat de foto van de gemachtigde een andere locatie betreft.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende grondslag biedt voor de vaststelling van de gedraging. Er zijn geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd die twijfel rechtvaardigen. De boete is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Ook is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens stilstaan op het trottoir wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10959647 \ MB VERZ 24-219
CJIB-nummer : 3062 5422 5353 4915
uitspraakdatum : 4 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Koele Mei te Breda op 25 oktober 2022 om 19:10 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde stelt dat de officier het beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard, omdat er geen sprake is van een verhoogde trottoirband, maar een inritconstructie voor de aangelegen garages. Gemachtigde stelt dat het gaat om een op grond van artikel 65 lid 3 van Pro het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) weggedeelte behorend tot een inrit. Gemachtigde verzoekt de inleidende beschikking te vernietigen, subsidiair de sanctie te verlagen. Gemachtigde verzoekt tot slot om vergoeding van de proceskosten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De foto die gemachtigde heeft toegevoegd aan het beroepschrift betreft een andere locatie. Op de foto’s in het dossier is duidelijk te zien dat er sprake is van een verhoogde trottoirband.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Op de foto in het dossier is mede gelet op de verhoogde trottoirband voldoende duidelijk dat sprake is van een trottoir.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: