Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het besturen van een voertuig op de Rijksweg (A16) te Breda op 25 mei 2023 om 15:52 uur. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting van 4 november 2024 verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De officier van justitie werd vertegenwoordigd door mr. A. de Vreeze. De kantonrechter heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het dossier, met name de verklaring van de verbalisant die bevestigt dat betrokkene het mobiele apparaat vasthield.
De kantonrechter oordeelt dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de gedraging. De betrokkene heeft geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd die twijfel rechtvaardigen over de juistheid van deze verklaring. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en valt onder het risico van de bestuurder. Daarom is de boete terecht opgelegd en is het beroep ongegrond verklaard. Tevens is het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.