Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het laten stilstaan van een voertuig op een kruispunt te Oosterhout op 31 januari 2023. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, maar dit beroep werd te laat ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.
Betrokkene voerde aan dat hij de initiële beschikking niet had ontvangen en dat persoonlijke omstandigheden, zoals een trauma en de handicap van zijn moeder na een auto-ongeluk, meewogen. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat het te late beroep niet aan hem kon worden toegerekend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Desalniettemin werden de verhogingen op de boete ongedaan gemaakt vanwege de persoonlijke omstandigheden van betrokkene. Betrokkene had tevens verzocht om de boete in termijnen te mogen betalen, wat in de uitspraak niet werd toegekend. De uitspraak werd gedaan op 4 november 2024 door de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, maar de verhogingen zijn ongedaan gemaakt.