Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Oude Vest te Breda op 29 december 2022 om 12:08 uur. Betrokkene stelde in beroep dat hij niet parkeerde maar daadwerkelijk goederen aan het leveren was voor een vaste klant. Ter onderbouwing voegde hij een factuur en het tracking systeem van zijn auto toe, waaruit bleek dat hij negen minuten op die plek stond.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 4 november 2024 verscheen betrokkene niet, maar de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht het beroep gegrond te verklaren op basis van de bewijsstukken.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat er sprake was van parkeren, maar van laden en lossen. Hierdoor was de boete onterecht opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en de betaalde zekerheidstelling van €109,- moet worden terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en boete vernietigd wegens laden en lossen op laadplaats.