ECLI:NL:RBZWB:2024:8640

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
C/02/427227 / FA RK 24-4577
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid CIZ na intrekking verzoek rechterlijke machtiging

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) diende een verzoek in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor een rechterlijke machtiging betreffende betrokkene, geboren in 1955. Het verzoekschrift werd op 3 oktober 2024 ontvangen, waarna op 10 oktober 2024 een brief van het CIZ binnenkwam waarin werd meegedeeld dat de familie de voorkeur gaf aan het voorkomen van een gedwongen opname, omdat de agressie en gedragsproblemen van betrokkene waren verdwenen.

Naar aanleiding hiervan trok het CIZ het verzoek in, nog vóór de mondelinge behandeling die gepland stond op 21 oktober 2024. De rechtbank stelde vast dat het verzoek was ingetrokken en verklaarde het CIZ daarom niet-ontvankelijk in het verzoek. De beschikking werd op 25 oktober 2024 in het openbaar uitgesproken door rechter Willemsen in aanwezigheid van griffier Brok.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De procedure werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de verzoeken tot rechterlijke machtiging, aangezien het verzoek niet langer werd gehandhaafd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het CIZ niet-ontvankelijk na intrekking van het verzoek tot rechterlijke machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/427227 / FA RK 24-4577
Datum uitspraak: 21 oktober 2024
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. J. Nederlof te Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 oktober 2024;
  • de op 10 oktober 2024 ingekomen brief van het CIZ.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ heeft de rechtbank bij voormelde brief van 10 oktober 2024 bericht dat de voorkeur van familie uitgaat naar het voorkomen van een gedwongen opname, nu er geen sprake meer is van agressie en de gedragsproblemen zijn verdwenen. Het CIZ trekt daarom het verzoek in.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek door het CIZ vóór de mondelinge behandeling op 21 oktober 2024 door het CIZ is ingetrokken.
3.2.
De rechtbank zal het CIZ daarom niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
Verklaart het CIZ niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2024 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.