Betrokkene, geboren in 1937, verblijft sinds 25 november 2024 onder een inbewaringstelling in een zorgaccommodatie. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart betrokkene niet akkoord te zijn met de diagnose en wil hij liever naar huis dan in het verzorgingstehuis blijven. De behandelaar bevestigt dat betrokkene lijdt aan de ziekte van Alzheimer, met bijkomende gedragsproblemen zoals wanen, achterdocht en agressie, waaronder het slaan van zijn echtgenote met een stok. Betrokkene vertoont daarnaast een delier, wat de situatie verergert.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor veiligheid. Betrokkene is niet in staat zichzelf adequaat te verzorgen en weigert hulp en medicatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Daarom wordt de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend.
De beschikking is mondeling gegeven op 31 oktober 2024 en schriftelijk vastgelegd op 14 november 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.