De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 november 2024 een beschikking gegeven in een rekestprocedure van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) betreffende betrokkene, geboren in 1943, die lijdt aan de ziekte van Alzheimer.
Betrokkene verblijft reeds in een verpleeghuis op grond van een eerdere machtiging tot inbewaringstelling. Het CIZ verzocht om verlenging van deze machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, de behandelend arts en zijn zoon gehoord.
De rechtbank constateert dat betrokkene door zijn psychogeriatrische aandoening ernstig nadeel ondervindt, zoals levensgevaar, lichamelijk letsel en psychische schade, en niet meer in staat is voor zichzelf te zorgen. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar omdat betrokkene zorgmijdend is en de thuissituatie niet geschikt is.
De rechtbank besluit daarom de machtiging te verlenen tot en met 4 mei 2025, waarmee opname en verblijf in de zorginstelling worden toegestaan om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.