De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 november 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. Betrokkene verblijft op vrijwillige basis bij Stichting Emergis en werkt mee aan haar behandeling. Zowel betrokkene als haar behandelaar geven aan dat de zorg momenteel vrijwillig wordt geaccepteerd en dat betrokkene geen verzet toont.
De rechtbank constateert dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis met ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Desondanks is betrokkene bereid de zorg vrijwillig te ondergaan en is er geen sprake van acuut levensgevaar op dit moment. De zorgmachtiging is niet bedoeld als 'stok achter de deur' en verschilt van de voormalige Wet Bopz.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van de wettelijke criteria voor het opleggen van verplichte zorg, wijst de rechtbank het verzoek af. Betrokkene blijft onder vrijwillige zorg en de mogelijkheid tot cassatie staat open.