ECLI:NL:RBZWB:2024:8660

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
C/02/427654 / FA RK 24-4788
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bethlehem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:10 onder a Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens vrijwillige zorgacceptatie en ontbreken wettelijke criteria

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 4 november 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. Betrokkene verblijft op vrijwillige basis bij Stichting Emergis en werkt mee aan haar behandeling. Zowel betrokkene als haar behandelaar geven aan dat de zorg momenteel vrijwillig wordt geaccepteerd en dat betrokkene geen verzet toont.

De rechtbank constateert dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis met ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing. Desondanks is betrokkene bereid de zorg vrijwillig te ondergaan en is er geen sprake van acuut levensgevaar op dit moment. De zorgmachtiging is niet bedoeld als 'stok achter de deur' en verschilt van de voormalige Wet Bopz.

Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van de wettelijke criteria voor het opleggen van verplichte zorg, wijst de rechtbank het verzoek af. Betrokkene blijft onder vrijwillige zorg en de mogelijkheid tot cassatie staat open.

Uitkomst: Verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene de zorg vrijwillig accepteert en niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/427654 / FA RK 24-4788
Datum uitspraak: 4 november 2024
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. J.E.S. de Rechter te Hulst.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 november 2024. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. J.E.S. de Rechter;
  • de heer [naam 1] , psychiater, behandelaar;
1.3.
Tevens waren de volgende personen aanwezig, deze zijn echter niet gehoord;
  • [naam 2] , verpleegkundige;
  • [naam 3] , stagiaire;
  • [naam 4] , ervaringswerker.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 16 oktober 2024. Betrokkene verblijft op grond van de nawerking van deze machtiging bij Stichting Emergis. [1]

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat ze het niet leuk vindt om opgenomen te zijn, maar ziet wel in dat het nodig is. Ze wil om die reden ook geen zorgmachtiging. Betrokkene stelt de ze de zorg geheel vrijwillig accepteert en ondergaat. Bij vorige opnames heeft ze aangegeven langer opgenomen te willen blijven en ook in de thuissituatie heeft ze nooit iemand tegengewerkt. Betrokkene is gedecompenseerd vanwege de zorgen omtrent haar moeder. Volgens betrokkene gaat het nu met haar gewicht weer de goede kant op waardoor ze zich beter voelt en meer energie heeft. Ze stelt nog wel wat te moeten aankomen, maar dat daar hard aan gewerkt wordt. Betrokkene geeft aan dat ze in het vrijwillig kader nog wel een aantal maanden in de accommodatie wil verblijven om te werken aan haar herstel. Ze wil wel naar huis, maar ze wil dit pas doen wanneer ze zich sterk voelt zodat geen groot terugvalrisico bestaat en ook de behandelaar heeft aangegeven hier achter te staan. Na de huidige opname wil betrokkene opgenomen worden in een revalidatiecentrum voor mensen met een visuele beperking. Betrokkene denkt derhalve nog wel zes maanden opgenomen te zijn waardoor er geen vrees hoeft te zijn voor wat er in de thuissituatie gebeurt.
4.2.
De advocaat van betrokkene bepleit primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene werkt mee aan de behandeling waardoor er geen sprake is van verzet. Ze ziet in dat ze bij een vorige opname te vroeg naar huis is gegaan, wat heeft geleid tot de noodzaak van een nieuwe opname. Dat wil betrokkene ditmaal voorkomen. Daarnaast dient de wilsbekwaamheid van betrokkene te worden getoetst. In de medische verklaring staat genoteerd dat betrokkene wilsonbekwaam is, maar situaties kunnen veranderen en betrokkene komt nu over alsof ze helder is en besef heeft van haar situatie. Het ernstig nadeel is ook niet dermate ernstig dat dit op zichzelf kan leiden tot het toewijzen van de machtiging, nu er op dit moment geen sprake is van acuut levensgevaar. Subsidiair pleit de advocaat van betrokkene voor het beperken van de duur van de zorgmachtiging. Daarnaast dient te worden beoordeeld welke vormen van verplichte zorg in die situatie moeten worden toegewezen aangezien betrokkene de zorg nu vrijwillig ondergaat.
4.3.
De behandelaar van betrokkene bevestigt dat het goed gat met betrokkene en stelt dat ze blij zijn met de stappen die al gezet zijn. De behandelaar bevestigt naar aanleiding van de opmerking van de advocaat van betrokkene over haar wilsbekwaamheid, dat betrokken thans als wilsbekwaam kan worden gezien. Bij de crisismaatregel en de voortzetting daarvan waren er veel verplichte vormen van zorg. Deze zijn met betrokkene besproken en veel daarvan vinden nu binnen het vrijwillig kader plaats. Betrokkene accepteert de voeding en medicatie en verblijft op een open afdeling waar ze gewoon naar buiten kan wanneer ze dat wil. Dit betekent dat voor wat betreft de verplichte vormen van zorg alleen de voorwaarden van ambulante zorg, opnemen in een accommodatie en beperken van de bewegingsvrijheid nog wordt verzocht. Het plan voor nu is om ambulante zorg op te zetten en de zorgmachtiging in te kunnen zetten wanneer betrokkene deze ambulante zorg niet vrijwillig ondergaat. Daarnaast is de zorgmachtiging een stok achter de deur voor als betrokkene terugvalt in haar problemen, zodat zij snel geholpen en eventueel opgenomen kan worden. Dit zorgt er ook voor dat de continuïteit van goede zorg gegarandeerd kan worden. De behandelaar uit zijn zorgen over de situatie zonder zorgmachtiging en is bang dat betrokkene na de opname tussen wal en schip valt. Betrokkene is al eerder teruggevallen en ook nu is de behandeling nog maar pril. De behandelaar zet in op zorg op vrijwillige basis, maar ze willen een bepaalde zekerheid voor de toekomst. Hij wil niet dat betrokkene, doordat er geen zorgmachtiging is, in de toekomst weer opgenomen moet worden door middel van een crisismaatregel waarbij onnodig veel vormen van verplichte zorg worden aangekruist. Volgens de behandelaar is ook nog niet bekend of er na de huidige opname plek is voor betrokkene in het revalidatiecentrum, waardoor er volgens hem weldegelijk rekening moet worden gehouden met zorg in de thuissituatie. Hij sluit af door te stellen dat in een geval van serieuze ondervoeding wel sprake kan zijn van acuut levensgevaar.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk onder meer neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Bij betrokkene is er sprake van een autismespectrumstoornis met gerelateerde obsessief compulsieve persoonlijkheidstrekken, bizarre gedragingen met cachexie en impulscontroledoorbraken met agressie.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
5.4.
De rechtbank constateert – gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht – dat betrokkene bereid is om de zorg vrijwillig te ondergaan. Betrokkene ziet in dat ze nog niet is waar ze moet zijn om op een veilige wijze terug naar huis te kunnen. Daarnaast geeft betrokkene, net als de behandelaar, aan dat op dit moment alle zorg op dit moment op vrijwillige basis plaatsvindt. De uiting van betrokkene met betrekking tot de wil om nog wel enkele maanden vrijwillig in de accommodatie te willen verblijven wordt door de rechtbank als geloofwaardig geacht. Betrokkene toont op het moment geen verzet en ook voor de toekomst wordt dit niet aannemelijk geacht. Daarbij speelt ook mee dat betrokkene heeft verklaard dat als de behandelaar van mening is dat zij nog niet naar huis kan gaan, zij dit advies zal opvolgen. De zorgmachtiging uit de Wvggz is bovendien niet bedoeld om ingezet te worden als middel om een ‘stok achter de deur’ te hebben en verschilt hierin van de voorwaardelijke machtiging uit de voormalige Wet Bopz.
5.5.
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging toe te wijzen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024 door mr. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Brok, griffier en op schrift gesteld op 18 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.Art. 7:10 onder Pro a Wvggz.