Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1939, voor de duur van zes maanden. Betrokkene, lijdend aan een psychogeriatrische aandoening met dementie, verzet zich tegen opname en wil thuis blijven wonen.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene, haar echtgenoot, dochter en casemanager werden gehoord, kwam naar voren dat de thuissituatie door cognitieve stoornissen, wantrouwen en gedragsproblemen onhoudbaar is geworden. Betrokkene toont ernstige achterdocht en dreigt met suïcide, terwijl haar echtgenoot en dochter aangeven de zorg niet langer te kunnen dragen. De casemanager bevestigt de spanningen en het emotioneel zware verloop.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een uitgebreide cognitieve stoornis met ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven, omdat betrokkene dagbesteding en begeleiding weigert. De opname is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen. De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden, ondanks het verzet van betrokkene.